Direct naar de inhoud

Helpt camerabewaking echt tegen inbraak?

Het eerlijke antwoord is: ja, maar niet op de manier die de meeste advertenties suggereren. Een camera houdt niemand fysiek tegen. Wat hij wél doet is de afweging veranderen die iemand maakt vóórdat hij uw tuin in loopt, en bepalen of er ná afloop iets ligt waar de politie mee verder kan. Dat zijn twee verschillende opdrachten, en ze vragen om verschillende camera’s op verschillende plekken.

Wij verkopen camerasystemen, dus neutraal zijn we niet. Daarom staat hieronder ook wat een camera niet voor u oplost, en wanneer u uw geld beter aan iets anders besteedt.

zien én gezien worden
Twee witte camera's onder het witte boeideel op de hoek van een gemetselde gevel, elk een andere kant op gericht
Twee camera’s op één hoek. De ene hangt er om gezien te worden, de andere om een gezicht vast te leggen.

Afschrikken werkt. Maar alleen als uw camera gezien wordt.

Een inbreker kiest zelden een specifiek huis. Hij kiest de makkelijkste van een rij.

Die keuze maakt hij in een paar seconden, vanaf de stoep of vanaf het pad achterlangs. Alles wat de rekensom ongunstiger maakt telt mee: een brandend licht, een auto op de oprit, een buurvrouw die net haar gordijn opendoet, en dus ook een camera die duidelijk zichtbaar hangt.

Daar zit meteen de valkuil. Een camera die netjes is weggewerkt onder de dakrand doet aan afschrikking niets. Hij ziet alles, en niemand ziet hem. Wilt u dat het effect vooraf werkt, dan moet hij opvallen op de plek waar iemand het terrein op komt, en moet duidelijk zijn dat er beeld wordt bewaard. Een bordje bij de erfgrens doet daarvoor meer dan een duurdere lens.

Wat niet werkt is een dummy. Van dichtbij zijn die vaak te herkennen, onder meer aan het ontbreken van een kabel en aan het knipperlampje dat echte camera’s juist niet hebben. En gaat het dan toch mis, dan heeft u niets: u heeft de afschrikking gekocht en het bewijs weggelaten.

Wat een camera zichtbaar maakt in plaats van alleen aanwezig:

  • Op de aanlooproute, niet alleen aan de voorgevel. Wie achterom komt moet hem daar zien hangen.
  • Een bordje of sticker dat er wordt opgenomen, bij het tuinpad en bij het achterom, niet alleen naast de voordeur.
  • Licht dat meedoet. Een camera in het pikkedonker maakt weinig indruk, en levert ook weinig op.
  • Nette montage met kabel. Aan een los hangend snoer of een scheve beugel ziet iemand meteen dat er niemand op let.

Afschrikken en oplossen zijn twee verschillende opdrachten.

Zodra iemand tóch binnen is geweest, verschuift de vraag.

Dan telt niet meer of de camera indruk maakte, maar of het beeld bruikbaar is. En bruikbaar is een technische term geworden. In de Europese norm voor camerabewaking, EN 62676-4, staat per doel hoeveel beeldpunten u nodig heeft per meter onderwerp:

  • Ongeveer 25 pixels per meter: u ziet dát er iemand is.
  • Ongeveer 62 pixels per meter: u ziet wat diegene aan het doen is.
  • Ongeveer 125 pixels per meter: u herkent iemand die u al kent.
  • Ongeveer 250 pixels per meter: u legt vast wie het is, ook voor iemand die de persoon niet kent.

Die getallen verklaren waarom zoveel beelden teleurstellen. Het aantal megapixels van uw camera zegt op zichzelf niets, zolang u niet weet over hoeveel meter dat beeld wordt uitgesmeerd. Dezelfde camera die bij de voordeur op drie meter een gezicht oplevert, geeft achter in de tuin op vijftien meter nog maar een gestalte in een donkere jas. Er is dan niets kapot. Het beeld is opgerekt tot het niets meer zegt.

Voor de politie is dat het verschil tussen een melding en een dossier. Wat het donker met diezelfde getallen doet, staat op waarom een camera ’s nachts soms niets ziet.

Panoramisch camerabeeld van bijna 180 graden over een tuin met terras, hagen en oprit, alles zichtbaar, maar klein
Bijna honderdtachtig graden in één beeld. Prachtig overzicht, en precies daarom te weinig pixels per meter om iemand te herkennen.

Wat wilt u dat de camera oplevert?

Zeg niet dat u camera’s wilt. Zeg wat het beeld moet doen. Bijna elke teleurstelling is te herleiden tot een doel dat nooit is uitgesproken.

Per doel: wat het beeld moet kunnen, wat daarvoor nodig is en waar het meestal misgaat
Doel Wat het beeld moet kunnen Wat daarvoor nodig is Waar het misgaat
Afschrikken Niets. De camera moet gezien worden, meer niet. Zichtbaar op de aanlooproute, een bordje dat er wordt opgenomen, verlichting die reageert. De camera zit weggewerkt onder de dakrand en niemand merkt hem op.
Zien wat er gebeurt Volgen dat er iemand loopt, en waarheen. Ruwweg 25 pixels per meter, breed beeld, dekking over de hele route. Een heg, een bestelbus of een uitgegroeide conifeer staat voor het beeld.
Herkennen wie het is Een gezicht dat u kunt koppelen aan iemand die u kent. Ruwweg 125 pixels per meter, korte afstand, camera op 2,2 tot 2,5 meter hoogte. Camera op vier meter: u houdt petten en schouders over.
Materiaal voor de politie Iemand vastleggen die verder niemand kent. Ruwweg 250 pixels per meter op de plek zelf, dus een aparte gerichte camera bij de deur. Eén brede camera moet alles doen en levert overal te weinig detail.
Bewijs voor de verzekeraar Het moment van de braak, met kloppende tijd en datum. Een bewaartermijn die lang genoeg is, en beeld dat u zelf kunt exporteren. De recorder overschrijft na een week, en u was twee weken weg.
Kenteken of voertuig Een leesbaar kenteken bij de oprit of de poort. Camera laag en in de rijrichting, met een korte sluitertijd tegen bewegingsonscherpte. Standaardinstelling laten staan: ’s nachts blijft er een witte veeg over.
Aangifte compleet maken Tijdstip, aanlooproute en vluchtrichting, niet alleen het moment zelf. Beeld van vóór en ná het incident, van meerdere camera’s, met een gelijklopende klok. De klok loopt maanden achter, waardoor het tijdstempel niets waard is.

Lees de tabel van boven naar beneden en u ziet waarom één camera zelden genoeg is: de bovenste rijen vragen om breed en opvallend, de onderste om dichtbij en gericht. Hoeveel er bij u nodig zijn hangt af van het aantal plekken waar iemand het terrein op kan. Dat rekenen we uit op hoeveel camera’s heb ik nodig, en wat het samen kost staat op wat camerabewaking kost.

Wat de cijfers voor het Gooi wél en niet zeggen.

Landelijk loopt het aantal woninginbraken al jaren terug. De politie registreerde in 2025 in heel Nederland 21.628 woninginbraken, tegen 22.378 in 2024.

In het Gooi ging het de andere kant op. Opgeteld over Hilversum, Gooise Meren, Huizen, Laren, Blaricum, Wijdemeren en Eemnes staan er over 2025 382 woninginbraken geregistreerd, tegen 349 het jaar ervoor. De verschillen per gemeente zijn groot: Hilversum ging van 101 naar 140 en Huizen van 42 naar 77, terwijl Laren juist terugliep van 46 naar 17 en Blaricum van 30 naar 22.

Bij die cijfers horen twee kanttekeningen, want er wordt veel mee geschoven. Het zijn registraties en geen incidenten: wat niemand aangeeft, telt niet mee. En het zijn absolute aantallen, dus een grote gemeente staat vanzelf hoger dan een kleine. Vergelijk daarom vooral een gemeente met zichzelf over meerdere jaren, en trek geen conclusie uit één jaar.

Wat in het inbraakcijfer niet meetelt

In diezelfde zeven gemeenten registreerde de politie over 2025 daarnaast 101 inbraken in een box, garage of schuur, en 526 diefstallen uit of vanaf een voertuig. Bij elkaar dus meer dan het aantal woninginbraken zelf.

Dat is precies waarom een camera die alleen op de voordeur staat gericht de halve straat mist. De fiets uit de schuur, het gereedschap uit de garage en de spullen uit de auto op de oprit vallen buiten dat ene beeld, en ze vormen samen het grootste deel van de meldingen.

De jaarcijfers hierboven lopen achter op de werkelijkheid. Actueler zijn de weekoverzichten van de politie, en die houden we per gemeente en per postcodegebied bij op inbraakcijfers Het Gooi.

Bron van de jaarcijfers: CBS en politie, StatLine-tabel 47013NED, Geregistreerde misdrijven naar soort misdrijf en regio, jaarcijfers 2024 en 2025, geraadpleegd augustus 2026.

Witte camera op een gemetselde penant naast een groene garagedeur, aan een smal achterom met schutting en groen
Het achterom en de garagedeur: uit het zicht van de straat, en daarom juist de gekozen route.

Zes dingen die we bijna overal fout zien hangen.

Bij de meeste woningen waar we komen kijken hangt al iets. Zelf besteld, door een klusbedrijf opgehangen of overgenomen van de vorige bewoner. Dit komt daarbij steeds terug.

  • Te hoog. Vier meter voelt veilig tegen vernieling, maar levert beeld van petten en schouders. Op ruim twee meter krijgt u gezichten.
  • Tegen het licht in. Een camera die ’s ochtends de zon in kijkt of ’s avonds recht op een lantaarnpaal, houdt een silhouet over. Draaien kost niets en helpt meer dan een duurdere camera.
  • Alleen de voordeur. Terwijl de tuindeur, het zijpad en het achterom uit het zicht van de straat liggen. Daar wordt niet toevallig ingebroken.
  • Niets op de bijgebouwen. De schuur met de fietsen en de garage met het gereedschap vallen buiten het blikveld van alles wat aan de gevel hangt.
  • Beeld dat te kort blijft staan. Een recorder is een lus die zichzelf overschrijft. Staat hij op een week en bent u twee weken weg, dan is er niets meer.
  • Een klok die niet klopt. Klinkt onbenullig, tot een tijdstempel dat veertig minuten naast de werkelijkheid zit uw beeld waardeloos maakt voor een dossier.

Er is ingebroken. Dit doet u in de eerste vierentwintig uur.

Dit is het moment waarop bijna niemand helder nadenkt, en tegelijk het moment waarop u het meeste kunt bederven. Loop daarom deze volgorde af.

  1. Eerst uw eigen veiligheid

    Denkt u dat er nog iemand binnen is, ga dan niet naar binnen en bel 112. Is het huis leeg, bel dan 0900-8844.

  2. Raak zo min mogelijk aan

    Een braakspoor op een kozijn, een achtergelaten schroevendraaier, een afdruk op glas. Bruikbaar, zolang u er niet overheen poetst.

  3. Doe aangifte

    Ook als u denkt dat het toch niets wordt. Zonder aangifte start er geen onderzoek, en verzekeraars vragen vrijwel altijd om een aangiftenummer.

  4. Zet uw beelden vast

    Doe dit vóór alles wat kan wachten, want de recorder schrijft door. Exporteer naar een usb-stick of uw telefoon, niet alleen naar de recorder zelf.

  5. Pak ruim, en meerdere camera’s

    Een half uur voor en een half uur na het tijdstip. De aanlooproute en de vluchtrichting zeggen de politie vaak meer dan het moment zelf.

  6. Noteer de tijd van de camera

    Schrijf op wat de camera als tijdstip toont en of die klok gelijk loopt. Dat ene regeltje scheelt later veel uitzoekwerk.

  7. Meld dat er beeld is

    De politie vraagt er niet vanzelf om. U kunt uw camera ook vooraf aanmelden bij Camera in Beeld, het register van de politie.

  8. Schade en nasleep

    Maak een lijst met foto’s en serienummers voor de verzekeraar. Slachtofferhulp Nederland helpt gratis, via 0900-0101.

Twee dingen die vaak worden onderschat. Het eerste is de bewaartermijn: een recorder overschrijft zichzelf zodra de schijf vol is, en bij een systeem dat op een week of tien dagen staat is het bewijs weg voordat u eraan toe komt. Ga er dus niet van uit dat het er over een paar dagen nog is.

Het tweede is de nasleep. Het vervelendste aan een inbraak is meestal niet wat er weg is, maar het idee dat iemand tussen uw spullen heeft gestaan. Dat gaat er niet af door een nieuwe deur. Praat erover, en bel Slachtofferhulp gerust ook als u vindt dat het wel meevalt.

En kijk pas dáárna naar wat u aanpast. Een systeem dat u in de eerste schrikweek bestelt, hangt bijna altijd op de verkeerde plek.

Beeld van een deurbelcamera met het label Deurbel: de eigen oprit met een witte auto en de garagedeur, kenteken onherkenbaar gemaakt
Een fragment met kloppende tijd, aanlooproute en vluchtrichting is waar de politie iets mee kan.

Een camera doet het werk niet alleen.

“Helpt een camera tegen inbraak” is eigenlijk de verkeerde vraag.

Een camera helpt binnen een geheel, en in dat geheel doen drie andere dingen minstens zoveel. Wie alleen camera’s ophangt en de rest laat zoals het is, koopt vooral een betere beschrijving van wat er gebeurde.

De verhouding waar wij zelf op uitkomen: eerst het licht en het zicht, dan het hang- en sluitwerk, dan het alarm, en de camera’s op de plekken die er na die drie nog toe doen. Dat is meestal ook de goedkoopste volgorde. De hele route van buiten naar binnen staat op zo beveiligt u een woning in het Gooi, en wat er wel en niet mag rond uw huis op waar mag ik camera’s ophangen.

  • Licht. Buitenverlichting die op beweging reageert doet twee dingen tegelijk: iemand voelt zich gezien, en uw camera krijgt eindelijk iets om mee te werken.
  • Zicht vanaf de straat. Een heg van twee meter voor de voordeur beschermt de inbreker, niet u. Aan de straatkant laag houden, en het achterom niet dichtzetten met een blinde schutting.
  • Hang- en sluitwerk. De meeste inbraken lopen via een deur of raam dat in seconden opengaat. Degelijk beslag rekt die seconden op, en tijd is waar een inbreker het minst van heeft.
  • Een alarm. Een camera registreert, een alarm onderbreekt. Lawaai en een melding op het moment zelf halen iemand vaak naar buiten voordat er iets is meegenomen.

De combinatie van die twee laatste is waar het meeste effect zit: het alarm maakt er een einde aan, de camera vertelt wat er gebeurde.

Veelgestelde vragen over camera’s en inbraak.

Helpt een camera echt tegen inbraak?

Deels, en het hangt ervan af wat u ermee wilt. Als afschrikking werkt een camera vooral wanneer hij zichtbaar hangt op de plek waar iemand binnenkomt en duidelijk is dat er beeld wordt bewaard. Tegenhouden doet hij niets: wie tóch besluit door te zetten, loopt gewoon door. Het tweede deel van de winst zit achteraf, in beeld waarop te zien is wat er gebeurde en wie het deed. Voor dat tweede deel gelden strengere eisen dan voor het eerste, en daar gaat het in de praktijk het vaakst mis.

Werkt een dummycamera ook?

Niet betrouwbaar, en u koopt er het verkeerde deel van de oplossing mee. Een dummy is van dichtbij vaak te herkennen, onder meer aan het ontbreken van een kabel en aan een knipperend lampje dat echte camera’s juist niet hebben. Belangrijker nog: als het toch misgaat heeft u geen enkel beeld. Er hangt dan wel iets aan uw gevel, maar er is niets om aan de politie of aan uw verzekeraar te laten zien.

Waarom is er op mijn beelden niemand te herkennen?

Bijna altijd omdat het beeld over te veel meters is uitgesmeerd, of omdat de camera te hoog hangt. Herkennen vraagt om ongeveer 125 beeldpunten per meter en iemand vastleggen om ongeveer 250, en dat haalt u alleen dichtbij en met de juiste lens. Een camera op vier meter hoogte levert bovendien vooral petten en schouders op. Tegenlicht doet de rest: wie de zon of een lantaarnpaal in beeld heeft staan, houdt een silhouet over.

Hoe lang blijven camerabeelden bewaard?

Dat is een instelling, geen natuurwet. Een recorder werkt als een lus die zichzelf overschrijft zodra de schijf vol is, dus de bewaartermijn hangt af van het aantal camera’s, de beeldkwaliteit en de grootte van de schijf. Twee tot vier weken is gebruikelijk. Rond een woning is het verstandig die termijn niet langer te zetten dan u nodig heeft, en na een incident het fragment meteen apart weg te zetten voordat het aan de beurt is om overschreven te worden.

Wat moet ik als eerste doen na een inbraak?

Ga niet naar binnen als u vermoedt dat er nog iemand is, bel dan 112. Is het huis leeg, bel dan 0900-8844 en raak zo min mogelijk aan, want braaksporen en achtergelaten spullen zijn bruikbaar zolang u er niet overheen gaat. Doe daarna aangifte en zet uw camerabeelden veilig voordat de recorder ze overschrijft. Exporteer ruim, ongeveer een half uur voor en na het tijdstip, en niet alleen van de camera waarop u iets ziet. Voor de schade en de nasleep helpt Slachtofferhulp Nederland, bereikbaar via 0900-0101.

Wil mijn verzekeraar camerabeelden zien?

Soms wel, soms niet, en dat verschilt per verzekeraar en per polis. Wat vrijwel altijd terugkomt is de aangifte: zonder aangiftenummer komt een schademelding meestal niet in behandeling. Beelden zijn daarbij ondersteunend materiaal waarmee u kunt onderbouwen wanneer het gebeurde en wat er is meegenomen. Bewaar daarom niet alleen het fragment, maar noteer ook het tijdstip zoals de camera het weergeeft, en controleer of die klok gelijk loopt.

Wat werkt beter tegen inbraak, een camera of een alarm?

Ze doen verschillend werk, dus die vraag valt niet te winnen. Een alarm onderbreekt: het maakt lawaai en geeft op dat moment een melding, waardoor iemand vaak vertrekt voordat er iets is meegenomen. Een camera registreert: die vertelt achteraf wat er is gebeurd en levert het materiaal voor de aangifte en de verzekeraar. Moet u kiezen, dan hangt het af van wat u het zwaarst weegt. Anders is de combinatie, samen met goede verlichting en degelijk hang- en sluitwerk, het sterkst.

Wilt u weten hoe het er in uw gemeente voor staat? De lopende politiecijfers per postcodegebied staan op inbraakcijfers Het Gooi.

Wij hangen niets op voordat we
hebben gekeken.

Een schouw kost u niets en een uurtje tijd: we lopen samen het huis rond en u hoort per plek wat een camera daar wel en niet zou zien, en wat dat samen kost.

Ma t/m vr 08:30–17:00 · u spreekt een adviseur, geen keuzemenu